Schildklierstoornissen komen relatief vaak voor bij patiënten met een bipolaire stoornis, zowel bij patiënten met als zonder lithiumgebruik. De hypothalamus-hypofyse-schildklier-as (HPT-as) reguleert de schildklierfunctie via een negatief feedbackmechanisme. Lithium beïnvloedt dit systeem op meerdere manieren: het remt de jodiumopname, de productie en afgifte van schildklierhormonen, en de omzetting van T4 naar T3. Lithium kan bovendien de vorming van anti-autoantilichamen (TPO-antistoffen) tegen de schildklier stimuleren. Deze mechanismen kunnen leiden tot (subklinische) hypothyreoïdie, struma en mogelijk eventueel een thyreotoxicose of hyperthyreoïdie. Risicofactoren voor (subklinische) hypothyreoïdie zijn vrouwelijk geslacht, hogere leeftijd, auto-immuunaandoeningen, positieve TPO-antistoffen en een familiegeschiedenis of voorgeschiedenis van schildklierziekte. Schildklierstoornissen zijn geen contra-indicatie voor gebruik van lithium. Voor start van lithium dienen TSH, FT4 en eventueel TPO-antistoffen bepaald te worden, gevolgd door periodieke controles en frequenter bij aanwezigheid van risicofactoren. Behandeling van schildklierstoornissen kan stemmingsklachten, energieniveau en cognitieve functies verbeteren.
| Auteurs | Veen, W.A.M. van der |
|---|---|
| Thema | Nascholingsartikel |
| Accreditatie | 1 accreditatiepunt |
| Publicatie | 1 maart 2026 |
| Editie | Psyfar - Jaargang 21 - editie 1 - 2026 | nummer 1 |
Na het bestuderen van dit artikel: