Vitamine D

18 maart 2012 | Hoofdartikel | Sjak Shie, M.S.S., Bogers, J.P.A.M. | Geen reacties

Vitamine D-tekort komt relatief vaak voor en vormt vooral bij ouderen een risicofactor voor osteomalacie, osteoporose, spierpijn, spierzwakte, rachitis en myalgie. De stemmingsstabilisatoren carbamazepine en valproïnezuur en geringe expositie aan zonlicht, bijvoorbeeld als gevolg van psychiatrische problematiek, vormen risicofactoren voor het ontwikkelen van een vitamine D-tekort. Naast een belangrijke en bekende rol bij de calciumhuishouding is er steeds meer bekend over de rol van vitamine D in het normaal functioneren van het immuunsysteem en ook van het brein. Ernstige vitamine D-deficiëntie (< 25 nmol/l), maar ook matige (25-50 nmol/l) of lichte deficiëntie (50-75 nmol/l) hebben vooral bij ouderen een negatieve invloed op de botkwaliteit, spierkracht, balans en valkans en bij oudere vrouwen ook op de mortaliteit. Vitamine D-tekort is ook in verband gebracht met stemmingsstoornis, depressieve symptomen en verminderd cognitief functioneren. Autisme en schizofrenie lijken vaker voor te komen bij lage vitamine D-waarden tijdens het derde trimester van de zwangerschap of het eerste levensjaar. Streefwaarden voor vitamine D zijn alleen bekend voor de invloed op het bot en de spieren. Hierbij wordt steeds vaker een ondergrens van 75 nmol/l aangehouden. Hiervoor is onder normale omstandigheden een endogene aanmaak van 800 tot 2000 ie voldoende. Bij onvoldoende endogene aanmaak is suppletie met 800 tot 4000 ie per dag of 50.000 ie per 2-4 weken nodig, afhankelijk van de omstandigheden.

Om het hele artikel te bekijken moet u eerst inloggen (alleen voor leden).