Paradoxale reacties bij benzodiazepines

11 juni 2008 | Bijzondere patiënten | Holländer, V., Hugenholtz, G.W.K. | Geen reacties

Angst en slaapproblemen werden vanaf het begin van de vorige eeuw behandeld met barbituraten, totdat in 1959 de eerste benzodiazepineagonist (BDZ), chloordiazepoxide, op de markt kwam, in 1963 gevolgd door de introductie van diazepam. Vanwege de hogere effectiviteit, verdraagbaarheid en veiligheid vormden de BDZ al snel de eerste keus anxiolytica en hypnotica. In tegenstelling tot de barbituraten beïnvloeden de BDZ nauwelijks de cerebrale cortex. Voor de behandeling van chronische angstklachten worden tegenwoordig ook antidepressiva voorgeschreven, met name SSRI’s (selective serotonin reuptake inhibitors). Voor slaapproblemen hebben antidepressiva met sedatieve werking, zoals trazodon en mirtazapine, en andere middelen, zoals promethazine en melatonine, de BDZ in beperkte mate vervangen. GABA (gamma-aminoboterzuur) is de belangrijkste inhiberende neurotransmitter in het centraal zenuwstelsel. Het gaat een interactie aan met de GABA-type A-receptoren op de neuronen die de ‘arousal’ regelen van het motorisch systeem, waarbij de prikkelbaarheid van deze systemen wordt verminderd. Het is aangetoond dat de mate van binding van BDZ aan hun specifieke receptor gecorreleerd is aan hun farmacologische activiteit. De mate van affiniteit van de BDZ voor de BDZ-receptor bepaalt de farmacologische potentie van de stof.

Om het hele artikel te bekijken moet u eerst inloggen (alleen voor leden).