Melatonineonwerkzaamheid bij slow metabolisers voor CYP1A2*

12 december 2011 | Casus | Braam, W., Geijlswijk, I.M. van, Keijzer, H., Smits, M.G., Didden, R. | Geen reacties

Wij hebben de melatonineklaring bepaald bij twee vrouwelijke patiënten (61 en 6 jaar oud) en één mannelijke patiënt (3 jaar) met een milde verstandelijke beperking en chronische inslaapstoornissen gecombineerd met laat op gang komen van endogene melatonineproductie (dlmo). Bij alle patiënten verdween het effect van melatonine na een paar weken. Nadat de therapie drie weken was gestaakt, kregen de patiënten een lage dosis melatonine, om 11.00 uur ’s ochtends. Speekselmonsters werden gemeten net voor de toediening, en twee en vier uur na de toediening. Bij alle casuspatiënten werd zowel twee als vier uur na inname een melatoninespeekselconcentratie gevonden boven de bovenste bepalingsgrens van 50 pg/ml. Na de aansluitende hervatting van de therapie in lage dosis verdwenen de slaapproblemen.
Melatonine wordt in de lever omgezet door het cytochroom-P450-enzym (cyp1a2) en we stellen voor dat het verdwijnen van de effectiviteit van melatonine wordt veroorzaakt door verminderde activiteit van dit enzym. Bij patiënten met een verdwenen respons op melatonine is het zinvol een melatonineklaringtest te overwegen, en de therapie opnieuw te starten met een veel lagere dosering.

 *Oorspronkelijke publicatie: Loss of response to melatonin treatment is associated with slow melatonin metabolism. J Intellectual Dis Res 2010;54:547-55.

Om het hele artikel te bekijken moet u eerst inloggen (alleen voor leden).